Meditatie – Bidden en verhoord worden

Meditatie én getuigenis – Novi Sad (Servië), 30 mei 2019

Bid, en u zal gegeven worden (…),’
Mattheüs 7, vers 7 – Herziene Statenvertaling

 

‘k Heb jaren geleden van mijn dochter een eigengemaakt kaartje gekregen. Bovenaan er door haar opgeplakt twee handen in gebedshouding. Eronder de door haar opgeschreven tekst uit de Bijbel Matth.7:7a: ‘Bid, en u zal gegeven worden’. Het heeft een plaatsje gekregen (ook in Servië) in mijn studeerkamer.
Heeft alles met het volgende te maken…

Afgelopen zaterdagmorgen een halve dag na terugkomst van ons verblijf in Nederland in verband met sterven en begrafenis van mijn vader, kloppen we weer aan bij het politie­bureau – om een (laatste) tijdelijke permit van drie maanden te halen. Maar omdat we in de procedure zitten voor een langere, meer definitieve permit, belt de wachtmeester zijn cheffin. Ze belooft er over een kwartier te zijn.

We wachten buiten, samen met Mile, ‘onze’ huis-hond, die (ongevraagd weliswaar  ) regelmatig met ons mee loopt…

Er wacht ook een jongen. Ik schat hem een jaar of 25, een stevige vent. Hij vraagt naar de hond en hij en ik krijgen een praatje. Hij heet Milan, praat goed Engels en is beroeps-scheidsrechter in het Amerikaanse football. Hij wordt ingezet bij wedstrijden in en rond Servië, een lucratieve job! Evenwel, hij blijkt pas beroofd te zijn en ook hij klopte aan bij de politie en moet wachten op een bevoegde politiebeambte. Hij vertelt nog steeds van zijn stuk te zijn, niet vanwege de beroving zelf, maar dat hij op het moment van ‘actie’ niet hardhandig ingreep. Doet hij naar zijn zeggen normaal altijd wel, hij gaat voor niets en niemand aan de kant. Hij begrijpt er nog steeds niets van…

Ja, gek inderdaad, maar nog vreemder is dat ik in gedachten kreeg dat God hem misschien zocht, stilzette en met ons in contact bracht… Ondertussen tikte de klok door, dus ik zei hem maar direct dat hij met een ‘sveštenik’ (predikant) sprak, in mijn geval een baptistische, en dat God hem wellicht aan het zoeken was, omdat de gebeurtenis en onze ontmoeting wel heel apart waren. Hij reageerde verbaasd en vertelde erbij dat zijn moeder baptiste was… (ergens in een plaatsje boven in Servië)

‘k Zei: we hebben weinig tijd, laat mij je kort het Evangelie van Jezus Christus vertellen. Zo gezegd zo gedaan.
Hij vroeg nog hoe het moest met zijn werk, dat was, je raadt het al, vaak juist op zondag, ja de dag van de Heere… Ai, lastig. M’n (korte) antwoord was dat als hij de Heere Jezus zou aannemen als persoonlijke Zaligmaker, Hij hem door de Bijbel ook daarin wel de weg zou wijzen.
Meer tijd kreeg ik ook niet, de politie-cheffin was gearriveerd. En zowaar, Milan kon nog even als tolk fungeren…

Hmm, die moeder van de jongen, zou die moeder – ervan uit gaande dat ze christen is, baptist op zich zegt immers niets – niet met aanhoudend gebed bidden voor haar zoon? Denk aan het kaartje van mijn dochter met de tekst uit de Bijbel…

En wij: Bid jij/u? In vertrouwen dat je gegeven wordt? Toegegeven, wellicht krijg je bepaalde dingen die God minder goed voor je acht inderdaad niet. Maar als het gaat om het zoeken van Gods Koninkrijk en je eigen ziel of de ziel van je zoon of dochter?

Denk erover na en dan maar toepassen: aanhoudend en in vertrouwen dat God het doet. Ja, op Zijn manier en tijd. Maar in Zijn soeverein handelen hoort Hij zorgvuldig naar Zijn (aspirant) kinderen als een liefdevolle Vader.
Matteüs 7:7-11

Uw/jullie Pier Meindertsma

P.S. Volgende week meer over onze wederwaardigheden in de nieuwsbrief van de hand van mijn vrouw. Maar dit moest ik even ‘kwijt’.