Meditatie – De Oude Visser (deel I)
Meditatie in dichtvorm
Novi Sad, Servië, juli 2026 – In twee delen.
Nu deel I. Mooi voor de vakantietijd.
‘Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE, of als een hamer die een rots verplettert?’ Jeremia 23:29.
‘(…) Ik zal het hart van steen uit hun vlees wegdoen, en hun een hart van vlees geven,’ Ezechiël 11:19b.
Vooraf
- Deze keer een meditatie in dichtvorm. Echt de moeite van het lezen waard (en in de vakantieperiode kun je er ruimschoots de tijd voor nemen!). Vandaar nu eerst mijn promoting-woord – ook in dichtvorm (al zullen sommige lezers het allicht rijmelarij noemen
). -
Toegegeven, eigenlijk ben ik niet zo’n gedichtenman,
Poëzie is aan mij niet echt besteed, ben ‘k (redelijk) zeker van....
Maar er zijn toch ook wel uitzonderingen, zeg ik nu beslister,
Na het lezen van dit bijzond’re gedicht over ‘De Oude Visser’.Gekregen van mijn varens-vriend uit het Gelderlandse Nunspeet,
Helaas, het gedicht noemt geen auteur, misschien dat jij (u) het weet.
Evenwel is het geen verzinsel, maar een waar gebeurd verhaal,
Weliswaar, even wennen, geschreven in wat ouderwetse taal.Toch zal het lezen van ‘t dichtwerk wel lukken zonder te veel pijn,
En, onder Gods genade, een zegen voor je ziel en verdere leven zijn!
Laat je toch vangen, tot blijvende vreugde, door dit uitgeworpen vissersnet,
Of blijf je er liever buiten, maar dan, wat droevig, tot je eeuwig regret. - Laat ik met mijn ‘dichtkunst’ stoppen, maar waar het mij omgaat: onderstaande geschiedenis in dichtvorm heeft veel indruk op mij gemaakt en zal het, naar ik hoop, ook op jou maken.
Ja, het is al wat een ouder verhaal in wellicht oudere dichtvorm, maar daarom niet minder actueel voor de hedendaagse mens in moderne setting. Ook hij is (zich ervan bewust of veelal onbewust) op weg naar de eeuwigheid.
Maar onderweg naar wélke eeuwigheid: gevuld met eeuwig wel of eeuwig wee? Hoogst eigentijds lijkt mij! Wat houdt je (dan) tegen in de geschiedenis van de oude visser in te stappen en mee te gaan?
Niks te verliezen, alles te winnen.
Inleiding
- Het dichtwerk ‘De Oude Visscher’, met als ondertitel: Een waar verhaal, is uitgegeven door uitgeverij Den Hertog – Utrecht, geschreven in het taalkleed van vóór WO-II.
Den Hertog is een integere uitgeverij, dus ik houd het er voor dat het niet om nep-nieuws gaat. Buiten dat had het zeer zeker zo kunnen gaan. Waarbij de erin gevlochten verklarende en (impliciet) toepasselijke woorden warm-Bijbels gefundeerd zijn.
Ik vond op internet ook het volgende: De Oude Visscher, een waar verhaal, gebeurd te Noordwijk aan Zee ten tijde van ds. E.A. Lazonder, Nederlands Hervormd Predikant, door een onbekende dichter geschreven (1932, drukkerij Zuijderduijn, Woerden). Ik neem aan dat het om hetzelfde gedicht gaat.
- Voor de liefhebbers van gedichten: let op de dicht-cadans van de verzen die met inspringingen wordt aangegeven. Er is een lettergrepen-verdeling in de regels:
regel 1 en 2: respectievelijk 9 en 8 lettergrepen;
regel 3 en 4: opnieuw respectievelijk 9 en 8 lettergrepen;
regel 5 en 6: respectievelijk 9 en 9 lettergrepen;
regel 7 en 8: respectievelijk 8 en 9 lettergrepen;
en tenslotte de laatste regels: respectievelijk 9 en 8 lettergrepen....Al is het strikt genomen grammaticaal niet juist, beginnen alle regels met een hoofdletter (net als in andere oudere gedichten; ook gebruikelijk in Engelse gedichten)
- Waar het het gedicht niet echt schaadde, heb ik de spelling een beetje aangepast. Zoals visscher ⟶ visser; studeeren ⟶ studeren.
‘k Kon het niet laten er ter verduidelijk een paar annotaties bij te voegen ⟶ in het notenmateriaal.
Het uittypen kon ik in etappes ter hand nemen, ter ontspanning van mijn altijd ‘prakkiserende’ hersenen. Zo kon ik dus twee vliegen in één klap slaan. - Nou, tijd om het vissersdorp binnen te gaan waar de geschiedenis zich afspeelt.
‘Heere, zegen het gedicht voor ons’.
Novi Sad, juli 2026
Uw/je Pier Meindertsma
Het eigenlijk gedicht
Voor het gedicht begint, lezen we in het werkje twee Bijbelteksten, Jeremia 23:29 en Ezechiël 11:9b die ik boven heb uitgeschreven. Laten we ze (nog) een keer lezen en overdenken!
En dan nu het gedicht zelf:
In de nabijheid van de zee,
Had men voor ‘t zielsbelang gekregen
Een zeer Godvruchtig dominee,
Die door zijn ijverig studeren,
Verhelderd door den Geest des Heeren,
Een schat van kennis had vergaard.
Hij kon bij alle welgezinden,
In huis en hart ras ingang vinden,
Door ernst met minzaamheid gepaard.
Ging daag’lijks, om voor ’t huisgezin,
Het nodig voedsel aan te brengen,
Met visserspinken zeewaarts in,
Om door de netten en de hoeken ...
’t Geschubd gedierte te verkloeken ...,
Dat in het zoute water leeft,
En dat de Schepper aller dingen
Voor mensen, broze stervelingen,
Tot voedsel ook verordend heeft.
Wiens viering ons Gods wet gebiedt,
Dan ging ook ieder... kerkwaarts henen,
Dan dacht men aan het vissen niet,
Dan prees men God met zang en bede,
Dan hoorde men des leraars... rede,
Gegrond op ’s Heeren Heilig Woord.
En wat hij dan vol geestdrift... zeide,
Aan vromen... en godd’lozen beide,
Werd met verbazing aangehoord
Verscheiden’ blinden tot het licht,
En menig, in ’t geloof bezweken,
Werd door zijn woord weer opgericht.
Hen die naar ziel en lichaam leden,
Gedacht hij steeds in zijn gebeden,
Zo in zijn huis als in de kerk....
Door zijn getrouwe ambtsbetrachting
Verwierf hij ieders liefde en achting,
En God schonk zegen op zijn werk.
Een vissersman, reeds hoog bejaard,
Die God met woord en daden hoonde,
Van alle menselijkheid ontaard.
Voor spijs en drank... zijn Schepper te eren,
En ‘t vieren van de dag des Heeren...,
Was in zijn oog onzinnigheid,
Gekluisterd aan der zonden keten
Wist hij van rede noch geweten,
Noch ’t leven tot in eeuwigheid.
Om uit het dierbaar... Woord van God,
Hem ’t een en ander voor te dragen,
De vrucht daarvan was schimp en spot.
Dan voer hij uit in ijs’lijk vloeken
Op ’t beste boek van alle boeken.
Zodoende was er niemand meer.
Die bij hem ooit gewag dorst maken...
Van God en Goddelijke zaken,
Alleen uit eerbied voor de Heer’.
Geplaatst in deze nieuwe kring,
Toen hij reeds rondging bij zijn leden,
Vergezeld van een ouderling...,
Om ieders toestand... klaar t’ ontdekken
En tragen ernstig op te wekken,
Of troost te bieden waar men leed.
Hij dacht ook een bezoek te geven,
Aan d’ ouden visser die zijn leven
Vervreemd van God en Christus sleet....
Dat aan dit oogmerk werd voldaan.
‘Wilt u Gods Naam niet horen smaden,’
Sprak hij, ‘laat ons dan verder gaan;
Deez’ man is doof voor alle reden,
Laat ons aan hem geen tijd besteden,
Uw ijver zal hier vrucht’loos zijn;
Door hem met wijsheid t’ onderrichten,
Zult u in plaats van nut te stichten,
Slechts paarlen werpen voor een zwijn.’
Vervolg
Volgende keer deel II.
We zullen dan zien hoe de predikant op de raad van de ouderling reageert. En hoe het verder afloopt.



























