Meditatie – Het trouw bezoeken van gemeente-samenkomsten en de appel in de fles

Meditatie in briefvorm, Novi Sad (Servië), 13 jan. 2026.
“Laten wij de onderlinge bijeenkomst... niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen. …” Hebreeën 10:25.
Deze keer een meditatie in brief-vorm, een brief die ooit ‘echt’ is opgestuurd. Gegoten in de vorm van ‘goede voornemens’. We zitten nog redelijk in het begin van januari…
Het is een ‘gedurfd’ onderwerp (gedurfd, want waar bemoei ik mij eigenlijk mee, zal iemand zeggen) over ons (trouw) bezoeken van de gemeente-samenkomsten of zo je wilt de kerkdiensten. In het bijzonder de kerkdiensten op zondag, de eerste dag van de week, de dag van de Heere.
De aanleiding is dat ik weer eens moest denken aan de ‘appel in de fles’.
Lees maar verder en daarna de bijlage.
Oké, hier komt de brief:
“Beste NN,
Het klinkt misschien wat raar, maar ik heb op m’n hart je een briefje te schrijven. Om met de deur in huis te vallen: over goede voornemens. Vele mensen maken die in deze tijd van het jaar (rond de jaarwisseling dus). En ik weet wel dat goede voornemens als slagen in de lucht kunnen zijn. Maar zou ik je een goed voornemen aan de hand mogen doen, een Bijbels verantwoord voornemen?
Namelijk het voornemen om regelmatig de gemeente-samenkomsten te bezoeken – inclusief kids => kindersamenkomsten. Natuurlijk niet de samenkomsten bezoeken ‘op zich’, los van het vrij-willig en hart-elijk er voor kiezen in de dienst aan God. Het dienen van God is in zijn geheel een vrijwillige keus, en daar is het bezoeken van de samenkomsten een belangrijk onderdeel van.
We worden in Hebr.10:25 opgeroepen de eigen samenkomsten niet na te laten. Daar is de Heere op een bijzondere manier aanwezig. In Matth.18:20 wordt gezegd dat waar twee of drie in Jezus’ naam samenkomen, Hij in hun midden is. Hij is bij iedere christen persoonlijk (Matth.28:19) – in je persoonlijk Bijbellezen, in je persoonlijk gebed, in je persoonlijke levenswandel – maar blijkbaar temeer in de onderlinge samenkomsten. Anders had God genoemde tekst uit Matth.18 niet in de Bijbel hoeven zetten…
Het als gemeente samenkomen heeft allereerst te maken met de eer van God. Maar als we nog even kijken naar Hebr.10:25 geplaatst in het verband, dan heeft het ook met vers 24 te maken: elkaar aanvuren tot liefde en goede werken. God gebruikt daarvoor Zijn Woord en Geest.
Ik geloof verder, als je consequent de Heere volgt ook ten aanzien van de samenkomsten, dat dit een zegen zal zijn voor je kinderen (die hopelijk met je mee kunnen gaan) en je partner. Als ze zien dat je – nogmaals consequent – de Heere dient maakt dat onder Zijn zegen indruk!
Zou je deze belangrijke zaak biddend in de Bijbel willen onderzoeken?
Rest mij je een gezegend nieuwjaar toe te wensen, samen met de anderen van je gezin!
Van je liefhebbende broeder in de Heere en predikant,
Pier Meindertsma”
BIJLAGE:
Een appel in de fles
Als de bekende Baptisten-prediker Charles Haddon Spurgeon in zijn autobiografie terugblikt naar zijn kinderjaren, blijkt het fenomeen van de ‘appel in de fles’ veel indruk op hem te hebben gemaakt. Hij maakt er een belangrijke toepassing bij.
Hij vertelt:
‘Heel goed herinner ik het mij, dat ik als kind op de schoorsteenmantel van mijn grootmoeder een appel in een flesje zag. Dit was een echt wonder voor mij, dat ik probeerde uit te zoeken. “Hoe kon de appel in zo’n klein flesje komen?” vroeg ik mijzelf af. De appel was precies even dik en rond als het flesje; hoe heeft men hem er in kunnen krijgen?
Hoewel het hoogverraad was de schatten op de schoorsteenmantel aan te raken, nam ik het flesje er af, en kwam tot de overtuiging, dat de appel niet door de hals in het flesje gekomen kon zijn en na vruchteloos geprobeerd te hebben de bodem los te schroeven, was ik er ook even zeker van, dat de appel er niet van onderen in gebracht was. Toen dacht ik dat het flesje op de een of andere manier in twee stukken gemaakt en daarna zo prachtig samengevoegd was, dat men er niets van zien kon. Die theorie bevredigde mij wel niet helemaal, maar omdat er geen filosoof in de nabijheid was om een andere oplossing aan de hand te doen, liet ik de zaak rusten.
Eens, in de volgende zomer, zag ik echter aan de tak van een appelboom een ander flesje, dat een neefje moest wezen van mijn oude vriend op de schoorsteenmantel; en in dit nieuwe flesje groeide een appeltje, dat met de twijg door de hals was gestoken toen het nog heel klein was. (…)
Deze ontdekking uit mijn kinderjaren zal ik nu gebruiken als een beeld:
Laat ons de appels in het flesje brengen als zij nog klein zijn. Dat wil zeggen: laat ons de kinderen naar het huis van God brengen door middel van de Zondagsschool (of, PMM, kindersamenkomst), in de hoop dat zij later de plaats van de tabernakel van Zijn eer lief zullen hebben en daar eeuwig leven zullen zoeken en vinden.’
Komt het een beetje over? Spurgeon voegt toe dat er natuurlijk sprake behoort te zijn van gemotiveerde sprekers (predikanten). En voor de kinderen liefdevolle onderwijzers (wij zouden zeggen: kinderwerkers) die er naar streven de waarheid op een positieve manier naar de kinderen toe te brengen.
Maar toch: die toepassing!























