‘(…) Wanneer u de ark van het verbond van de HEERE, uw God, ziet (…), moet u vanaf uw plaats opbreken en hem volgen,’ Jozua 3:3.
Met het oog gericht op de ark van God vanaf je plaats opbreken en deze (na)volgen, zo lezen we in Jozua 3:3. De HSV heeft ‘volgen; de Statenvertaling ‘navolgen’, maar het gaat om hetzelfde.
Waar het ook om gaat is dat we de combinatie willen maken met een nieuw seizoen: voor jou persoonlijk, voor je gezin, voor je gemeente. En denk dan bij seizoen aan het Engelse ‘season’ dat een bredere betekenis heeft.
Een studie-meditatie, neem er de tijd voor.
Wat navolgen?
De ark van het verbond van de HEERE, Uw God:
‘Ark’: draagbare (heilige) kist van acacia- of sittim-hout – ‘kist’ niet oneerbiedig bedoeld.
‘Van het verbond’: van de band, relatie met God.
Hij was in opdracht van God gemaakt, Ex. 25:10-22Exodus 25:10-2210 Ook moeten zij een ark van acaciahout maken; zijn lengte moet tweeënhalve el zijn, zijn breedte anderhalve el en zijn hoogte anderhalve el. 11 U moet hem met zuiver goud overtrekken; vanbinnen en vanbuiten moet u hem overtrekken en er aan de bovenkant een gouden rand omheen maken. 12 Dan moet u er vier gouden ringen voor gieten en die aan zijn vier voetstukken bevestigen, namelijk twee ringen aan de ene kant ervan en twee ringen aan de andere kant ervan. 13 Vervolgens moet u draagbomen van acaciahout maken en die overtrekken met goud. 14 Dan moet u de draagbomen door de ringen steken aan weerskanten van de ark, om de ark daarmee te dragen. 15 De draagbomen moeten in de ringen van de ark blijven, ze mogen er niet uitgetrokken worden. 16 Vervolgens moet u in de ark de getuigenis leggen, die Ik u geven zal. 17 Dan moet u een verzoendeksel van zuiver goud maken, zijn lengte tweeënhalve el en zijn breedte anderhalve el. 18 Vervolgens moet u twee cherubs van goud maken, als gedreven werk moet u ze maken, aan de beide uiteinden van het verzoendeksel. 19 Maak één cherub aan het uiteinde aan de ene kant, en één cherub aan het uiteinde aan de andere kant; als één geheel met het verzoendeksel moet u de cherubs maken, aan de beide uiteinden ervan. 20 De cherubs moeten hun beide vleugels naar boven uitgespreid houden, terwijl ze met hun vleugels het verzoendeksel bedekken en hun gezichten naar elkaar toe gericht zijn; de gezichten van de cherubs moeten naar het verzoendeksel gericht zijn. 21 Vervolgens moet u het verzoendeksel op de ark leggen, en in de ark moet u de getuigenis leggen, die Ik u geven zal. 22 Dan zal Ik u daar ontmoeten en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs, die zich op de ark van de getuigenis zullen bevinden, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.; 37:1-9Exodus 37:1-91 Bezaleël maakte vervolgens de ark van acaciahout; zijn lengte was tweeënhalve el, zijn breedte anderhalve el en zijn hoogte anderhalve el. 2 Hij overtrok hem met zuiver goud, vanbinnen en vanbuiten, en hij maakte er een gouden rand omheen. 3 Hij goot er vier gouden ringen voor, aan de vier voetstukken ervan, namelijk twee ringen aan de ene kant ervan en twee ringen aan de andere kant ervan. 4 Verder maakte hij draagbomen van acaciahout en overtrok die met goud. 5 Hij stak de draagbomen door de ringen aan weerskanten van de ark, om de ark daarmee te dragen. 6 Vervolgens maakte hij een verzoendeksel van zuiver goud. Zijn lengte was tweeënhalve el en zijn breedte anderhalve el. 7 Ook maakte hij twee cherubs van goud; als gedreven werk maakte hij ze uit de beide uiteinden van het verzoendeksel, 8 één cherub uit het uiteinde aan de ene kant, en één cherub uit het uiteinde aan de andere kant. Uit het verzoendeksel maakte hij de cherubs, uit de beide uiteinden ervan. 9 En de cherubs hielden hun beide vleugels naar boven uitgespreid, terwijl ze met hun vleugels het verzoendeksel bedekten. Hun gezichten waren naar elkaar toe gericht; de gezichten van de cherubs waren naar het verzoendeksel gericht. om de aanwezigheid van God bij Zijn mensen te symboliseren.
De maten van de ‘kist’ waren: 125 x 125 x 75 cm. Niet eens zo groot. Maar het gaat dan ook niet om de kwantiteit van de ark maar om de kwaliteit, de symbolische (be-teken-de) functie.
De ark was overtrokken van binnen en buiten met puur goud, dat de heerlijkheid en heiligheid van God aangeeft. Aan de zijkanten waren ringen bevestigd waardoor draagstokken waren gestoken.
Op de ark lag een deksel, het verzoendeksel. Eruit rijzen aan de uiteinden op twee cherubs (engelen), ook van goud, met uitgespreide vleugels. Hun gezichten zijn gericht naar het centrum van het deksel. Zij wijzen op de tegenwoordigheid van God. Hij troont tussen de cherubs, Ps. 99:1Psalm 99:11 De HEERE regeert; laten de volken sidderen. Hij troont tussen de cherubs; laat de aarde beven.; vergelijk Ex. 25:22Exodus 25:2222 Dan zal Ik u daar ontmoeten en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs, die zich op de ark van de getuigenis zullen bevinden, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal..
Op het verzoendeksel werd één keer per jaar bloed van een bokje gesprengd dat wijst op het bloed (offerdood) van Jezus Christus voor de zonden, het Verzoendeksel met hoofdletter, Rom. 3:25Romeinen 3:2525 Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.... 1) In Romeinen 3:25, HSV, lezen wij over de Heere Jezus als ons ‘Middel tot verzoening’ (Statenvetaling heeft ‘Verzoening’). Letterlijk staat er: Verzoendeksel. ; Hebr. 9:23,24Hebreeën 9:21-2521 Ook de tabernakel en ook al de voorwerpen voor de eredienst besprenkelde hij op dezelfde manier met het bloed. 22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats. 23 Het was dus noodzakelijk dat de afbeeldingen van de dingen die in de hemelen zijn, hierdoor gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelf door betere offers dan deze. 24 Want Christus is niet binnengegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is en dat een tegenbeeld is van het ware, maar in de hemel zelf, om nu voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons,25 en dat niet om Zichzelf dikwijls te offeren, zoals de hogepriester elk jaar in het heiligdom binnengaat met bloed dat niet van hemzelf is., Dat ons door genade, door het geloof in Hem verzoent met God, en ons het leven geeft, gemeenschapsleven in een verbondsrelatie met God. Immanuël: God met ons.
Mijn vraag:
Is de Heere Jezus inderdaad ons Verzoendeksel geworden, waardoor we in het genadeverbond met God mochten komen en gemeenschapsleven met Hem mogen oefenen?
Immers door de in de ark liggende 10 geboden, Ex. 25:16Exodus 25:1616 Vervolgens moet u in de ark de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.; Ex. 40:20Exodus 40:2020 Toen nam hij de getuigenis en legde die in de ark. Hij bevestigde de draagbomen aan de ark en legde het verzoendeksel boven op de ark.; 1Kon. 8:91Koningen 8:99 Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij de Horeb daarin gelegd had, toen de HEERE een verbond gesloten had met de Israëlieten, toen zij uit het land Egypte waren vertrokken.... 2) Kanttekeningen bij de Statenvertaling noteren bij 1Koningen 8:9: de woorden van den apostel door dewelke hij schijnt te zeggen, Hebr. 9:4Hebreeën 9:1-41 HSV: Nu had ook het eerste verbond verordeningen voor de eredienst en het aardse heiligdom. 2 Er was immers een tabernakel ingericht en in het eerste gedeelte daarvan was de kandelaar en de tafel met de toonbroden. Dat werd het heilige genoemd. 3 Maar achter het tweede voorhangsel was het gedeelte van de tabernakel dat het heilige der heiligen werd genoemd, 4 met een gouden wierookvat en de ark van het verbond, die geheel met goud overtrokken was. In deze ark lagen de gouden kruik met het manna en de staf van Aäron, die gebloeid had, en de stenen tafelen van het verbond., dat in de ark ook geweest is de gouden kruik met manna en de staf van Aäron die gebloeid had, moet men aldus verstaan, dat zij in dezelfde plaats van den tabernakel waar de ark was, ja, daarbij, geweest zijn, Ex. 16:34Exodus 16:3434 Zoals de HEERE Mozes geboden had, zette Aäron het vóór de getuigenis om te bewaren.; Num. 7:10Num. 17:1010 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenis, om hem te bewaren, als teken voor de opstandigen. En u zult een einde maken aan hun gemor over Mij, opdat zij niet sterven.. Gelijk het woord ‘in’ dikwijls voor ‘bij’ genomen wordt, als Joz. 5:13Jozua 5:1313 HSV: Het gebeurde, toen Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg en zag, en zie, er stond een Man voor hem met een getrokken zwaard in Zijn hand. Jozua ging naar Hem toe en zei tegen Hem: Hoort U bij ons of bij onze tegenstanders?; 10:10Jozua 10:1010 HSV: En de HEERE bracht hen in verwarring voor Israël. Hij bracht hun bij Gibeon een grote slag toe, achtervolgde hen op de weg omhoog naar Beth-Horon, en versloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe., enz., ja, zelfs hier in dit vers ‘in Horeb’ voor ‘bij Horeb’. , met name als we de diepe inhoud mogen zien, worden we onder Gods genade ontdekt aan onze zonden die verzoening nodig hebben, door het bloed van Jezus dus, waardoor we in relatie met God komen. Tegelijk hebben deze kernleefregels van God voor de gelovige de functie om het leven met God, en vervolgens met de naaste, in goede banen te leiden.
Bij de ark bevonden zich overigens ook de kruik met manna en de staf van Aäron die gebloeid had, Ex. 16:34Exodus 16:3433 Ook zei Mozes tegen Aäron: Neem een kruik en doe daar een volle gomer manna in, en zet die voor het aangezicht van de HEERE om het te bewaren, al hun generaties door. 34 Zoals de HEERE Mozes geboden had, zette Aäron het vóór de getuigenis om te bewaren.; Num. 17:10Numeri 17:1010 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenis, om hem te bewaren, als teken voor de opstandigen. En u zult een einde maken aan hun gemor over Mij, opdat zij niet sterven.; (vergelijk Hebr. 9:4Hebreeën 9:3-43 Maar achter het tweede voorhangsel was het gedeelte van de tabernakel dat het heilige der heiligen werd genoemd, 4 met een gouden wierookvat en de ark van het verbond, die geheel met goud overtrokken was. In deze ark lagen de gouden kruik met het manna en de staf van Aäron, die gebloeid had, en de stenen tafelen van het verbond.... 3) Zie noot 2). : ‘in’ kan ook met ‘bij’ of ‘in verbondenheid met’ vertaald worden). Ook deze twee attributen waren tekenen van (doorgaand) leven dat God gegeven had in de woestijn en geven wilde en geven wil aan Nieuw-testamentische gelovigen op hun pelgrimsreis.
De ark stond in ‘parkeerstand’ in het Heilige der heilige (het allerheiligste) van de tabernakel en later van de tempel. Om zo te zeggen: de ark is het Heilige der Heilige der heilige (het aller-allerheiligste) en symboliseert dus de tegenwoordigheid van God bij de Zijnen. Het volk moest achter de ark aantrekken, dit is: opbreken en achter God Zelf aangaan, God Zelf navolgen. De ark moest vóór het volk worden uitgedragen waarheen de Heere wees. Later als de ark een min of meer vaste plaats heeft gekregen, is van het volgen van de ark geen sprake meer. Dan wordt gesproken, direct, over het volgen of navolgen van God. We horen Elia zeggen, 1 Kon. 18:21: ‘(…) Als de HEERE God is, volg Hem’ (HSV) of ‘volg Hem na’ (Statenvertaling). Immers het gaat God niet om het navolgen van een symbool, maar om het navolgen van waar het symbool heenwijst, Hemzelf.
Nog duidelijker wordt dat in het Nieuwe Testament, waar het (na)volgen van God wordt toegespitst op het (na)volgen van Jezus Christus, Gods Zoon... 4) Dat was in zekere zin in het Oude Testament ook zo, maar toen was de Heere Jezus nog niet verschenen in het vlees.
Vergelijk Ex. 13:21Exodus 13:2121 De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hun de weg te wijzen, en 's nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken. Zie kantt. St.V.; Ex. 14:19Exodus 14:1919 Toen verliet de Engel van God, Die vóór het leger van Israël uit ging, Zijn plaats en ging achter hen aan. Ook de wolkkolom verliet de plaats vóór hen en ging achter hen staan. Zie kantt. St.V.; Ex. 23:20vv.Exodus 23:2020 Zie, Ik zend een Engel voor u uit om over u te waken op de weg en u te brengen naar de plaats die Ik gereedgemaakt heb.[..] Zie kantt. St.V.; 1Kor. 10:91Kor. 10:99 En laten wij Christus niet verzoeken, zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn. Zie kantt. St.V.
Lees bij de verzen de Kantt.-St.V (GBS-editie: https://statenvertaling.nl/tekst.php )
De vier links hierboven linken rechtsteeks naar het betreffende hoofdstuk. , ... 5) Over het (na)volgen van de Heere Jezus gesproken: vergelijk de titel van het bekende en waardevolle boek van Thomas a Kempis (1380-1471): De navolging van Christus (“De imitatione Christi“: t.a.v. de navolging van Christus).
Het boek gaat dus over de christelijke levenspraktijk, maar dan met de nadrukkelijke kern van het innige, geestelijk leven). . (En) navolgen van Jezus Christus is navolgen van God. Want de Heere Jezus Christus is één met de Vader en Zijn voedsel is het de wil te doen van Zijn Vader, Joh. 4:34. In het doen van de wil van God (de christelijke levenspraktijk) is de verborgen omgang met Hem de kern.
Mijn vraag:
Is het doen van Gods wil ook ons eten en drinken?
Die heerlijke wil vinden we in de eerste plaats in Gods Woord, Gods geopenbaarde wil. Daarnaast gaat God met ieder van ons een bijzondere weg. Een weg natuurlijk niet tegen Gods Woord in, maar wel voor ieder uniek. Iedere christen krijgt een wat andere leiding en krijgt een wat andere roeping en taak. Maar voor iedere christen is het kenmerk wat de apostel Paulus zegt in 1Kor. 11:1: Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben.Mt. 16:24-27Mattheüs 16:24-2724 Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. 25 Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden. 26 Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Of wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel? 27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.
Kortom: een christen kent (ten diepste) geen eigenmachtige wegen en besluiten meer. Hij zal allereerst vragen: ‘Wat wilt U, Heere, dat ik doen zal?’
Mijn vraag:
Is dat wat Uw leven kenmerkt?
Laten we ons daarin trainen!
Laat dát dan onze leidraad zijn voor een nieuw seizoen:
voor jou persoonlijk
voor je gezin
voor je gemeente (kerk).
Alles gegrond op Jezus’ volbrachte werk op Golgotha voor onze zonden, het eens en voor altijd gelegde fundament waarop wij kunnen opbreken en navolgen.
Het volk Israël moest opbreken en achter de ark van het verbond, dat is: achter God Zelf dus, aangaan naar het beloofde land. Laten ook wij, ieder die (uit Jood en niet-Jood) volgeling van Christus is geworden, steeds weer opbreken en God en Zijn Zoon Jezus Christus navolgen naar het ware beloofde land. Laten we dichtbij Hen blijven en ons laten leiden door Hun Woord en Geest. Dan zal er op Gods tijd een heerlijke behouden aankomst zijn!!... 7) Twee mooie liederen bij de meditatie:
respectievelijk, in deze volgorde, Opwekking 545: ‘Op dat moment’ (Jezus, Heer, wanneer ik aan Uw offer denk)
en: Opwekking 790: ‘God is mijn Herder’.
‘Heere, ontdek ons aan onze zonden en tekorten in het licht van Uw geboden en wees ons zondaars genadig omwille van Uw Zoon; help ons U en Uw Zoon na te volgen en breng ons onder Uw hoede in het Beloofde Land.
Dank U, Heere, dat het goed is om bij U te zijn!’