Stud

Studie - Bijbelcommentaar van Matthew Henry

Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry (Hoofdstuk I)

Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry Drie eeuwen verklaring met geestelijk-praktische diepgang Woord wooraf Hoofdstukken Hoofdstuk I     Hoofdstuk II    Hoofdstuk III   Slot Hoofdstuk I. Spurgeon en Henry’s Bijbelcommentaar – een eerste kennismaking Wat heeft Charles Haddon Spurgeon met Matthew Henry van doen? Ik bedoel, ze hebben elkaar nooit gekend, tenslotte leefde Spurgeon meer dan anderhalve eeuw later… Dat zal waar zijn. Maar, stel nu eens dat Spurgeon, toch niet de eerste de beste, óók enthousiast is over Henry’s Bijbelverklaring, dat zou toch wat zijn… Oké, even geduld en je zult het horen. Maar nu eerst: vóór mij heb ik liggen ‘Matthew Henry’s Commentary on the whole Bible’ – Complete and Unabridged in One Volume. Een heel groot en dik boek. Met de toevoeging: Includes the entire tekst of Matthew Henry’s original multi-volume commentary. Jawel, er is ook een Nederlandse versie verkrijgbaar. En dan denk ik vooral aan de vertaling die in het begin van de 20e eeuw verscheen, opnieuw uit het Engels vertaald (want er was al een eerdere vertaling, zie hoofdstuk II). Deze ‘nieuwe’ versie wordt vaak aangeduid met: Matthew Henry Bijbelverklaring van het Oude en Nieuwe Testament in 9 delen (6 delen van het Oude Testament [OT] en 3 delen van het Nieuwe Testament [NT]). De officiële titel is: ‘Letterlijke en practicale verklaring van het Oude en Nieuwe Testament’, Kampen 1910 – 1916, opnieuw uit het Engels vertaald. Met een voorwoord (‘Voorrede’, Amsterdam, 1912) van niemand minder dan de bekende prof. dr. H. Bavinck – een theologisch hoogleraar met een combinatie van een ‘clever’ hoofd en een gelovig, Bijbelgetrouw hart. 6) Zijn naam is voluit: Herman Bavinck (1854 – 1921). We leren hem goed kennen in een andere ‘Voorrede’ die hij schreef, namelijk in 1904 bij een uitgave van de werken van de puriteinse georiënteerde broers Ralph en Ebenezer Erskine, bestaande uit (voornamelijk?) predikingen: ‘(…) De exegese laat soms te wensen over. De vorm is niet meer van onze tijd. Aan het vernuft worden niet altijd de nodige perken gesteld. Maar er is een belangrijk element in, dat ons heden ten dage veelzins ontbreekt. Het treffendst komt dat uit, als wij preken als van de Erskines vergelijken met de stichtelijke lectuur, die tegenwoordig, vooral in de christelijke verhalen en romans, op de markt wordt gebracht. De geestelijke zielekennis wordt er in gemist.   Het is alsof wij niet meer weten, wat zonde en genade, wat schuld en vergeving, wat wedergeboorte en bekering is. In theorie kennen wij ze wel, maar wij kennen ze niet meer in de ontzaglijke realiteit van het leven. En daarom maakt de stichtelijke literatuur...