Stud

Studie – De Doop van Charles Haddon Spurgeon (2)

Deel 2 Toen ik (Spurgeon, SM) vijftien jaar was, kwam ik tot geloof in de Heere Jezus, werd gedoopt en toegelaten tot de gemeente van Christus; en niets verheugt mij meer dan van andere jongeren te horen, die door God ertoe gebracht zijn hetzelfde te doen. Ik heb nooit spijt van m’n daad gehad. Ik heb veel tijd gehad om erover na te denken en ik heb veel verzoekingen gehad om een andere weg te volgen; en als ik ontdekt had dat ik misleid was, of dat ik mij had vergist, dan zou ik al lang veranderd zijn en alles gedaan hebben wat ik kon om te voorkomen dat anderen op dezelfde manier misleid zouden worden. De dag waarop ik mij aan de Heere Jezus heb gegeven om zijn dienstknecht te zijn, was de kostelijkste dag van mijn leven. Toen kwam ik in veilig vaarwater; toen ontdekte ik wat het geheim was om te leven; toen had ik een waardig doel om voor te leven en mijn krachten aan te wijden; toen had ik een nooit falende troost voor alle zorgen en verdriet in het leven.Omdat ik graag zou willen dat iedere jongere die dit leest, een scherp oog, lichte voetstappen, een vrolijk hart en goede moed zal hebben, dring ik erbij hem op aan om bij zichzelf te willen overwegen of hij mijn voorbeeld niet zal volgen; want ik spreek uit ervaring en weet wat ik zeg. Ik stond eens in gedachten verdiept bij het raam en zag een vlieg op het glas. Ik probeerde deze met mijn hand te vangen, maar toen ik mijn hand opende zat er geen vlieg in, hij zat nog rustig op het glas. Er nauwelijks bij nadenkend wat ik deed, probeerde ik het een tweede keer, met hetzelfde gevolg, het insect zat nog op dezelfde plaats. Hij zat aan de buitenzijde van het glas, en toen ik dit opmerkte, lachte ik om mijn eigen domheid. Zij die genoegen of plezier proberen te vinden, terwijl zij nog buiten Christus zijn, zullen net zo falen, want zij zoeken het aan de verkeerde zijde van het glas. Als wij aan Jezus’ zijde zijn, in Hem geloven, gereinigd zijn en genade hebben ontvangen, dan zullen wij met een goed resultaat genot en blijdschap zoeken; maar vóór die tijd zullen wij tevergeefs werken en onze kracht nutteloos gebruiken. De doop is het onderscheidingsteken tussen de kerk en de wereld. Dat de gedoopte voor de wereld gestorven is, wordt er op een treffende manier voorgesteld. Hij belijdt dat hij deze wereld niet meer toebehoort; hij is voor de wereld...