Studie – Duurzaamheid vanuit puriteins gezichtspunt

Leven in eenvoud tot eer van God.

‘En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!’ Genesis 1:28 (vs 26-28)

Vooraf

De voor je liggende (korte) studie gaat over duurzaamheid of wat minder abstract gesproken: een duurzaam leven.
Daar wordt, zul je zeggen, heden ten dage – wereldwijd, maar vooral in de westerse wereld – al veel over nagedacht en geschreven. Ook door christenen.

Dat zal waar zijn. Ter bredere oriëntatie echter: is er vanuit de (kerk)geschiedenis ook wat over te zeggen? Toegespitst: kunnen we het onderwerp ook belichten vanuit puriteinse hoek, waar ik mij nogal toe aangetrokken voel, en kan dat ons verder helpen in de ‘discussie’? We zullen het zien in wat nu volgt.

De Heere zegene de beschouwing!

Novi Sad, maart 2026 – Pier M. Meindertsma

Inleiding

Natuurlijk moeten we onze christelijke agenda niet door maatschappelijke actualiteiten (of vragen), zoals momenteel de discussie over duurzaamheid, laten bepalen. Onze agenda behoort te worden beheerst door het ‘ene nodige’ uit Ps. 27:4 en Lk. 10:42 in combinatie met 1Kor. 2:2 en Mt. 6:33.... En als het gaat om zaken van aarde en kosmos mogen we wel ter harte nemen wat we lezen in Mt. 16:26a: ‘Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?’

Maar al moeten we maatschappelijke zaken geen hoofd-zaken laten worden..., daaronder geschikt hebben ze toch hun belang..., en als christenen worden we geroepen ook hier op een christelijke manier mee om te gaan, noem het: mogen we ook hier tekenen van Gods komend Koninkrijk nu al oprichten.

Daarom volgen nu wat gedachten over ons christelijk verantwoord omgaan met Gods schepping (tegenover zondig misbruik) toegespitst op duurzaamheid en wel bekeken door de bril van de puriteinen, die verrassend genoeg hierover eveneens hebben nagedacht.

De (16e) 17e (18e) eeuwse puriteinen... – zo genoemd vanwege hun gericht zijn op een pure relatie met God omwille van Zijn Zoon Jezus Christus en daaruit voortvloeiend puur christelijk leven – zijn een voorbeeld voor ons. Ja, eveneens, kwam ik achter, als het gaat om een duurzaam leven....

Naar Amerika

Een groep puriteinen vertrok in 1620, vierhonderd jaar geleden dus, met het schip de Mayflower naar Amerika om daar als het ware een nieuw leven te starten. Ze stichtten de ‘Plymouth Colony’ in Massachusetts. Door hen werd de basis gelegd voor verdere kolonisatie.
Het spreekt vanzelf dat deze ‘pelgrim-vaders’ (pilgrim-fathers) weinig tijd hadden voor ‘moderne’ milieu-theorieën of -bespiegelingen, laat staan voor demonstraties om die ideeën wat ‘kracht’ bij te zetten. Nee, ze moesten aan de bak om te zien te overleven. Om dat te onderstrepen is het goed om te weten dat maar liefst de helft van de migranten / kolonisten de eerste winter al zou sterven!
De latere gouverneur van de Plymouth-colony, William Bradford, spreekt terecht van een desolate wildernis die men ging bevolken met de ermee verbonden gevaren waar de gemeenschap mee te kampen had.

Cultivering

Om een ‘living’ mogelijk te maken moest er vanzelfsprekend de nodige bewoning en landbouw plaatsvinden. Dat is niet hetzelfde als uitbuiting (dan zouden bijvoorbeeld alle boeren of tuinders, zonder onderscheid, zich daaraan schuldig maken…) en de puriteinen hebben ook niet, zoals een zekere Amerikaan Roderick Nash stelt, de basis gelegd voor een negatieve houding tegenover de natuur. Natuurlijk moet er een stukje cultivering van de wildernis plaatsvinden – er moet worden bewoond en gegeten – maar het gebeurt met een rentmeesterlijke houding.
Lees nog even Gen.1:28 of nog liever met de verzen ervoor: Gen. 1:26-28.

Wat zien we in hun landbouw? ‘Inboorlingen’ (inheems geboren Amerikanen, tegenwoordig ‘autochtonen’ genoemd) leren de ‘nieuwkomers’ hoe ze mais, bonen en zowaar pompoenen kunnen verbouwen. Maar het landgebruik is bescheiden, er wordt zoveel gebruikt als voor de kolonisten toereikend is. Slechts een hectare per unit.

Dus geen onbegrensde landontginning en verrijking. Dat wordt helaas in latere generaties wel anders. Seculiere, op winst uit zijnde Amerikanen hebben een heel andere attitude (die van winstbejag) en ontwikkelen een heel andere visie (kapitalisme) met bijbehorende strategie. Met inderdaad alle milieu-gevolgen van dien…

Matigheid – blijmoedigheid

We gaan een stap verder en komen als vanzelf bij het populair geworden woord ‘duurzaamheid’. Nou, als er dan mensen duurzaam zijn, dan zijn het de puriteinen wel. Ze zijn daarin hun tijd ver vooruit.... Of zijn ze juist ‘classic’ ..., degelijk-ouderwets, en hebben er een hekel aan iets te verspillen? Zeg het maar.

Die duurzaamheid sluit aan bij hun sobere of bescheiden levensstijl die op zijn beurt weer voortvloeit uit dat onderdeel van de negenvoudige vrucht van de Geest uit Gal. 5:22 dat in de Statenvertaling (St.V.) verwoord wordt met ‘matigheid’ en in de Herziene Statenvertaling (HSV) met ‘zelfbeheersing’, in combinatie met het onderdeel ‘blijdschap’ (in sommige vertalingen staan de laatste twee onderdelen van de vrucht van de Geest in vs 23). Vergelijk ook de reeks in 2Pet. 1:5-7.
Matigheid / zelfbeheersing (de Korte Verklaring noemt ook als mogelijke vertaling: ingetogenheid, dat het, al is het een wat verouderd woord, misschien nog iets warmer en dieper weergeeft) laat zich niet meevoeren door hartstochten en verkeerde dingen.
Het gaat bij de puriteinen om een blijmoedige zelfbegrenzing, een in blijdschap jezelf Bijbelse grenzen stellen, en, als het gaat om een sobere levensstijl, een leren tevreden te zijn in de gegeven situatie (vergelijk Fil. 4:11).
En dat op grond van het volbrachte werk van Jezus Christus voor hun zonden, waar de puriteinen door het geloof in Hem uit wilden leven. Daardoor kunnen ze het leven ook zien in eeuwigheids-perspectief. In de greep raken van geld en goed gaat ten koste van het geestelijke leven.

De advocaat John Winthrop..., leider van grote groep migranten in 1630, spreekt de migrant-kolonisten toe om niet in hun vleselijke lusten te wandelen en voor geld en goed te gaan (prediking ‘A Modell of Christian Charity’). Als het gaat om geld en bezit: dat is niet verkeerd, maar ga er christelijk mee om.
De profeet Micha spreekt in Mich. 6:8b van ‘recht te doen, goedertierenheid (St.V.: weldadigheid) lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’ Ootmoedig te wandelen met God gaat dus niet zonder ook recht... te doen (naar God toe en naar de naasten) en goedertierenheid (dat is goedheid in actie) lief te hebben (opnieuw naar God en de naasten toe). Hierin moeten we elkaar steunen en onszelf in onze welvaart begrenzen om dank-gaven (tienden) aan God te kunnen geven en naasten in hun nood te kunnen helpen.

De puritein Richard Baxter heeft in zijn ‘Christian Directory (deel 1,   2,   3,   4)’ ook een hoofdstuk gewijd over verspilling: onnodig weggooien van voedsel, het bouwen van pompeuze huizen en het aanschaffen van onnodig dure en luxe meubels.

De puriteinen hadden evenzo oog voor het dieren-welzijn: dieren mogen niet wreed worden behandeld; het vee moet op adem kunnen komen als het moe of hongerig is. Dat is zelfs in het eerste wetboek (‘The Body of Liberties’) van de kolonie in Massachusetts vastgelegd. In Exodus 20 (Gods tien kern-leefregels) lezen we niet alleen dat de mens, maar ook dat het vee op God’s rustdag behoort te rusten, 20:8vv.. Spr. 12:10 leert ons het leven van ons vee te kennen, dat wil zeggen er een band mee te hebben en er goed voor te zorgen.

In Jonathan Edwards’ boek ‘The Nature of True Virtue’ zien we zelfs al roerselen van een (anachronistisch gesproken) ‘milieu-ethiek’ naar voren komen. Zijn ethisch ideaal heeft alles met ‘welwillendheid ten opzichte van alles wat is’ te maken.

Toepassing op ons

Zo beginnen we volgens mij al een aardig beeld van de duurzame levensstijl van de puriteinen te krijgen. Maar laten we nu de focus leggen op ons, op jou en mij, tijd voor een paar toepassingsvragen:

  • hebben we ook iets geleerd, en dan niet alleen voor ons hoofd, maar ook voor ons hart en dagelijks leven?

Met andere woorden:

  • hoe is het bij óns als het gaat om de Bijbelse noties van matigheid in combinatie met blijdschap?
  • Zijn wij te herkennen aan een blijmoedig bescheiden levensstijl waar duurzaamheid een uitloper van is?
  • En kunnen we genieten van een eenvoudig leven..., vertrouwende op de Heere en het goede doende, vreugde scheppend in Hem, om Hemzelf en Zijn zegeningen, Ps. 37:3,4 (vergelijk Ps. 73:25-28)?

Nog anders geformuleerd en wat ontdekkender:

  • lijkt onze levensstijl nu meer op die van de ‘puritein’ of op die van de ‘kapitalist’?
  • Of moeten we gewoon zo eerlijk zijn en maar direct toegeven dat er eigenlijk diep in ons hart een kleine kapitalist woont die geld en goed toch wel héél belangrijk en consumeren toch wel érg fijn vindt…

En ja, het is waar, consumeren geeft best een goed genotsgevoel. Niettemin het is naar analogie van wat ik meen dat mijn moeder wel eens zei: ‘Het hebben van de zaak is het einde van het vermaak’…
Maar kunnen we dan toch eigenlijk niet een beetje jaloers worden op de blijmoedige eenvoudige levensstijl van de puriteinen? Dit lijkt mij een geoorloofde jaloersheid, waarbij we de Heere mogen bidden dat Hij dat nog wat aanwakkert en onze levensstijl wat meer naar die van onze puriteinse voorouders wil neigen. Zie eens Rom. 12:2.

Laat dit wel duidelijk zijn: echt blij gestemd deze levensstijl beoefenen en ons erin trainen kunnen we alleen in de relatie met God door het geloof in de Heere Jezus. De Heiland is voor onze zonden gestorven is aan het kruishout van Golgotha, ook die van onze overdaad en consumeer-zucht en onze on-dankbaarheid (dat is: God er niet voor danken) voor het hebben en gebruiken van Zijn goede gaven. Maar op grond van het volbrachte werk van Christus kunnen we ook echt leren op God te vertrouwen en blij-sober te leven, want Hij zorgt voor ons, wat we op het gebed mogen vragen, Ps. 37:5; 1Ptr. 5:6,7.

Een gebed dat aansluit bij de bede die de Heere Jezus ons heeft geleerd: Geef ons heden ons dagelijks brood, Mt. 6:11. Waarbij de Kanttekeningen van de Statenvertaling zo mooi en verhelderend toelichten: Dat is, genoegzaam en nodig tot onderhoud van ons leven voor dezen dag; of: het ons bescheiden deel, Spr. 30:8. Verder wordt er aangegeven dat met ‘brood’ bedoeld is alles wat nodig is voor het lichaam.

Hoor ik je zeggen: ‘ja, maar mogen we dan nooit wat ‘extra’s’, stel een paar nieuwe overhemden en een mooie broek, kopen, of het huis vernieuwen, of een keer fijn uit eten gaan?
Zeker wel, geniet er van, zou ik zeggen. Als we als lakmoesproef God ervoor nog kunnen danken, 1Tim. 4:3,4.

Tenslotte

In het kader van ons nadenken over duurzaamheid en de puriteinen, wil ik tenslotte nog wijzen op een gedicht van een puriteinse koloniste van de eerste generatie (te Massachusetts Bay Colony), Anne Bradstreet. Titel: ‘Contemplations’.... Het past prachtig bij wat in onze verhandeling te berde is gebracht. Ik zou het bijna een poëtische bevestiging willen noemen.

Waar het mij om gaat is dat je in het gedicht haar diepe waardering voor de natuur, beter: voor Gods schepping, proeft, ja, dat de Heere Zijn glorie weliswaar vooral door Zijn Heilige Schrift aan ons openbaart, maar toch ook door Zijn heerlijke creatie.... Vergelijk de Nederlandse Geloofsbelijdenis (of ook genoemd: de Belgische Confessie of Confessio Belgica) art. 2 waar betreffende de openbaring van God door de schepping verwezen wordt naar Rom. 1:20; zie ook de artt. 3-7 waar de primaat van de openbaring van God door de Bijbel nader wordt uiteengezet met verwijzing naar 2Ptr. 1:21.

Ik moet eveneens denken aan de Vlaamse poëet Guido Gezelle die we in een gedicht kunnen horen zeggen: ‘Mij spreekt de blomme een tale.’
Mijn vraag: Aan ons ook? Hoe zouden wij dan niet in eerbied en respect met Gods creatie, al ligt deze door de zondeval onder de vloek en zucht, Gen. 3:17v., Rom. 8:20, omgaan?

Waarbij we wel in gedachtenis houden, en er verlangend naar uit mogen zien, dat deze oude aarde een algehele ‘revisie’ zal ondergaan door de Schepper Zelf ter hand genomen: ‘Zie Ik maak alle dingen nieuw’, Opb. 21:5. Vergelijk Rom. 8:19-25.

Soli Deo gloria,
allinich oan God de eare (FRL),
alleen aan God de eer (NL),
Богу јединоме слава (SRB) !

– – – –

Aanhangsel: Hoezo baarschaamte?

Tijdens het voorbereiden van bovenstaande las ik tot mijn verbazing in een boek met columns van Neline Boogert-Floor, ‘Oneindig procent lief’, dat als het gaat om niet-duurzaam gedrag ook een ‘groot’ (wat is groot?) kindertal op het lijstje staat. Er wordt in dat verband gesproken, wel ja, van ‘baar-schaamte’…

Zouden mijn vrouw en ik dan eigenlijk ook ‘baarschaamte’ moeten hebben? Wij die zo blij met onze kinderen zijn en God dankbaar. Ook met onze laatste zoon die God als het ware als extra zegen, op het gebed van één van de oudere kinderen, als zevende aan het gezin heeft toegevoegd: Nathan: Hij (God) heeft gegeven!
Maar oké, ook de puriteinen hadden veelal ‘grote’ gezinnen… Negatief?

Nu schoot de column-schrijfster echter ineens iets belangrijks uit een lezing over huisgodsdienst (dagelijks als gezin de Heere zoeken met Woord en gebed, Engels: family devotion) te binnen dat met ons onderwerp te maken heeft. De puriteinen zagen grote gezinnen als een zegen. Waarom dan? Omdat ze vast vertrouwden dat God Zijn Koninkrijk door de geslachten heen zou bouwen!
Super, en dan valt alle ‘baarschaamte’ weg!

Laten we dus ook van de puriteinen leren om duurzaamheid niet te verheerlijken maar in het goede perspectief te plaatsen, waarvan we al spraken in het begin van ons artikel.