Hoofdstuk I.
Spurgeon en Henry’s Bijbelcommentaar – een eerste kennismaking
Wat heeft Charles Haddon Spurgeon met Matthew Henry van doen? Ik bedoel, ze hebben elkaar nooit gekend, tenslotte leefde Spurgeon meer dan anderhalve eeuw later… Dat zal waar zijn. Maar, stel nu eens dat Spurgeon, toch niet de eerste de beste, óók enthousiast is over Henry’s Bijbelverklaring, dat zou toch wat zijn…
Oké, even geduld en je zult het horen.
Maar nu eerst: vóór mij heb ik liggen ‘Matthew Henry’s Commentary on the whole Bible’ – Complete and Unabridged in One Volume. Een heel groot en dik boek. Met de toevoeging: Includes the entire tekst of Matthew Henry’s original multi-volume commentary.
Jawel, er is ook een Nederlandse versie verkrijgbaar. En dan denk ik vooral aan de vertaling die in het begin van de 20e eeuw verscheen, opnieuw uit het Engels vertaald (want er was al een eerdere vertaling, zie hoofdstuk II).
Deze ‘nieuwe’ versie wordt vaak aangeduid met: Matthew Henry Bijbelverklaring van het Oude en Nieuwe Testament in 9 delen (6 delen van het Oude Testament [OT] en 3 delen van het Nieuwe Testament [NT]).
De officiële titel is: ‘Letterlijke en practicale verklaring van het Oude en Nieuwe Testament’, Kampen 1910 – 1916, opnieuw uit het Engels vertaald. Met een voorwoord (‘Voorrede’, Amsterdam, 1912) van niemand minder dan de bekende prof. dr. H. Bavinck – een theologisch hoogleraar met een combinatie van een ‘clever’ hoofd en een gelovig, Bijbelgetrouw hart....
6) Zijn naam is voluit: Herman Bavinck (1854 – 1921). We leren hem goed kennen in een andere ‘Voorrede’ die hij schreef, namelijk in 1904 bij een uitgave van de werken van de puriteinse georiënteerde broers Ralph en Ebenezer Erskine, bestaande uit (voornamelijk?) predikingen: ‘(…)
De exegese laat soms te wensen over. De vorm is niet meer van onze tijd. Aan het vernuft worden niet altijd de nodige perken gesteld.
Maar er is een belangrijk element in, dat ons heden ten dage veelzins ontbreekt. Het treffendst komt dat uit, als wij preken als van de Erskines vergelijken met de stichtelijke lectuur, die tegenwoordig, vooral in de christelijke verhalen en romans, op de markt wordt gebracht. De geestelijke zielekennis wordt er in gemist.
Het is alsof wij niet meer weten, wat zonde en genade, wat schuld en vergeving, wat wedergeboorte en bekering is. In theorie kennen wij ze wel, maar wij kennen ze niet meer in de ontzaglijke realiteit van het leven. En daarom maakt de stichtelijke literatuur uit vroeger dagen altijd een gans andere indruk dan die uit den jongste tijd.
Want, al staat ze ver van ons af en al is haar vorm voor ons verouderd, zij is en blijft natuurlijk in den echte zin des woords, terwijl die uit onze dagen, als zij aan de zielsproblemen toekomt, onnatuurlijk en gekunsteld wordt.
We voelen, bij het lezen der oude schrijvers, dat ons een stuk uit het leven wordt aangeboden; het is de realiteit zelve, die ons te aanschouwen wordt gegeven. Als het ons niet om fantasie maar om werkelijkheid, ook in de dingen van Gods Koninkrijk, te doen is, kunnen wij, kunnen inzonderheid ook de schrijvers van christelijke verhalen, niet beter doen, dan door een tijd lang bij mannen als de Erskines ter schole te gaan en in hun geschriften zich te verdiepen. En het is het minste deel van ons volk niet, dat in die stichtelijke lectuur van vroeger dagen nog altijd zich de ziel verkwikt.’
Nou, hier horen we Herman Bavinck’s harte-klop! Maar nu wij: is wat hij schrijft ook niet buitengewoon actueel voor onze tijd? Hier worden dingen gezegd die wij ons wel zeer ter harte mogen nemen!
Met ‘letterlijk’ is bedoeld: uitleggend, verklarend; en met ‘practicaal’: geestelijk-toepassend inzake de persoonlijke relatie met God en de naaste. Dus een commentaar betreffende hoofd, hart en leven.
In 1961, in de Engelstalige wereld, is er een verkorte of samengevatte editie verschenen, verbonden met de naam: Leslie F. Church (zie hoofdstuk II, punt 9).
Deze ‘korte Henry’ is ook in het Nederlands vertaald: Matthew Henry’s ‘Verklaring van het Oude en Nieuwe Testament’, Utrecht 1990 (uitg. De Banier) – 2 (flinke) delen. Vertaald uit het Engels onder leiding van ds. C.A. Tukker (die ook een Woord vooraf schreef) en V. Tukker-Terlaak...
7) In deel I, p.713, 2e kolom, regel 13/14 staat een vervelende fout:
‘Vreest Hem niet en mijdt Hem niet, maar vreest Hem en zoekt Hem’, vers 11.
Dat moet volgens mij zijn: ‘Niet vreest Hem en mijdt Hem, etc. Iets duidelijker weergegeven: ‘niet: vrees Hem en mijd Hem, maar: vrees Hem en zoek Hem’.
(Engels: …, not fear him and shun Hem, but fear him and seek him). .
Natuurlijk is inkorten van een commentaar altijd een wat hachelijke zaak, want erg subjectief in verband met de gedachtegang van de ‘inkorter’. Toch moet ik zeggen dat deze verkorte versie het zo gek nog niet doet. Heel goed te gebruiken, natuurlijk vooral als je wat ‘snel’ moet…
Dat is tegelijk ook een nadeel. Wij moeten altijd snel en denken (tot onze eigen geestelijke schade) ‘geen tijd’ te hebben voor overdenking van God’s Woord, in dit geval met hulp van Matthew Henry.
Oké, nu dan de blik gericht op Charles H. Spurgeon. En wat blijkt: hij was werkelijk opgetogen over Henry’s commentaar. We horen hem zeggen...
8) In ‘Commenting and Commentaries’ by C.H. Spurgeon – Lecture 1: A Chat about Commentaries. Opnieuw uitgegeven door Banner of Truth in 1976 (Oorspronkelijke publicatie een eeuw eerder: in 1876).
Dit boekje is de ‘second volume>’ van een serie voor studenten en predikanten, waarvan de ‘first volume’ is: ‘Lectures to my Students’. Uitgever: Passmore and Alabaster.
Vlak na zijn ‘comment’ op ‘Henry’ (in dezelfde Lecture dus) schrijft hij over de commentaren-reeks van Calvijn, waar ik ook maar wat van doorgeef:
‘It would not be possible for me too earnestly to press upon you the importance of reading the expositions of that prince among men, JOHN CALVIN! (…) You will find forty two or more goodly volumes worth their weight in gold. Of all commentators I believe John Calvin to be the most candid. In his expositions he is not always what moderns would call Calvinistic; that is to say, where Scripture maintains the doctrine of predestination and grace he flinches in no degree, but inasmuch as some Scriptures bear the impress of human free action and responsibility, he does not shun to expound their meaning in all fairness and integrity. He was no trimmer and pruner of texts. He gave their meaning as far as he knew it. His honest intention was to translate the Hebrew and the Greek originals as accurately as he possibly could, and then to give the meaning which would naturally be conveyed by such Greek and Hebrew words: he laboured, in fact, to declare, not his own mind upon the Spirit’s words, but the mind of the Spirit as couched in those words. (…) : ‘First among the mighty (commentary writers) for general usefulness we are bound to mention the man whose name is a household word...
9) ‘Household word’ wil zeggen: bij iedereen bekend; prominent.
Toepassing voor ons:
laten wij ons best doen Matthew Henry, zijn Bijbelverklaring, opnieuw om ons heen bekend te maken en te promoten. , Matthew Henry (…) He is the most pious and pithy (pittig, pakkend), sound and sensible (…) he is deeply spiritual, heavenly, and profitable; finding good matter in every text, and from all deducing most practical and judicious lessons’.
In de lijn van Spurgeon lees ik op de achterkant van het exemplaar van Henry’s Commentary dat ik heb: ‘Matthew Henry (…) combines practical application, devotional insight, and scholarship on the entire Bible. Henry has profound (diepgaande) insights on the content, message and nature of God’s divine revelation’.
Als je denkt nu wel in de gaten te hebben hoe waardevol de Henry-commentaar is, nog stééds is, kun je in principe stoppen met lezen…
…Toch is het de moeite waard nog wat meer te horen, om een en ander wat uit te diepen en te verbreden!
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.