Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry (Hoofdstuk III)

Studie - Bijbelcommentaar van Matthew Henry

Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry

Drie eeuwen verklaring met geestelijk-praktische diepgang

Hoofdstuk III.
Inhoud en nut van Henry’s Bijbelcommentaar

In dit derde punt gaan we terug naar de inhoud en het nut (oftewel de bruikbaarheid) van Matthew Henry’s Bijbelcommentaar. Wat nu volgt is een uitbreiding en verdieping van wat in het eerste punt eigenlijk al in een notendop is weergegeven.

Ik wil dat doen met wat drie personen hebben gezegd. ‘Met z’n drieën’ geven ze volgens mij een aardig, elkaar completerend, beeld.

  1. We laten hiervoor eerst aan het woord de al genoemde dr. C.A. Tukker (A);
  2. dan voor het middenstuk uitgebreider dr. H. Bavinck (B);
  3. en als derde de ons wat meer vertrouwde dr. John Piper (C);
  4. Afsluitend met een typering van Matthew Henry zelf (D).
Als ‘toegift’ kan ik het niet laten om in twee noten nog drie andere getuigen op te voeren:

  • in de eerste noot de twee door God zeer gebruikte opwekkingspredikers George Whitefield (spreek uit: Whit-field) en John Wesley... ten tijde van de Great Awakening in Engeland en Amerika;
  • en in de tweede noot de door mij zeer gewaardeerde predikant P. den Ouden... (al was het alleen al om zijn onvergetelijke boeken ‘Liefde en trouw bij de puriteinen’ en ‘Luther op de Wartburg – Brieven in ballingschap’...).
  1. dr. C.A. Tukker

    1. We beginnen dus met dr. Tukker. Hij geeft vier dingen puntsgewijs door. Als eerste: Henry’s werk is een gereformeerde (gereformeerd hier in de zin van onversneden reformatorisch) commentaar.

    2. Tukker vervolgt: het is praktisch (in de zin van geestelijk-praktisch dus) en stichtend van aard.

    3. Het devotionele karakter gaat niet ten koste van de wetenschappelijke kwaliteit, in aanmerking nemend de tijd waarin hij leefde.

    4. Het werk is voor een breder publiek bestemd dan theologen, want eenvoudig en toegankelijk.

  2. dr. H. Bavinck

    1. Als tweede richten we onze blik op prof.dr. H. Bavinck, die eigenlijk met een uitwerking komt van de punten van Tukker (anachronistisch gesproken natuurlijk ). Ik put opnieuw uit Bavincks uitvoerige, maar zeer instructieve en constructieve, ‘Voorrede’ (soms door mij wat vrij weergegeven).

    2. En ja dan kunnen we met Bavinck zeggen dat er zonder twijfel verklaringen van de Heilige Schrift zijn die wetenschappelijker zijn dan die van Henry, ook die exegetisch meer aan de weg timmeren. Henry mist alle vertoon van geleerdheid. Het is hem te doen om de Schrift te doen verstaan die nuttig is tot lering en weerlegging, tot onderwijzing en verbetering. Henry ging er van uit, dat al wat te voren geschreven is, tot onze lering werd geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften hoop hebben zouden. Hij liet, in overeenstemming met de bedoeling van de Schrift zelf, zijne verklaring daartoe strekken, opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust. Bavinck gebruikt hier zinsneden uit 2Timotheüs 3 en Romeinen 15.

    3. Zó werd (gaat Bavinck verder) de Schrift door Henry opgevat en verklaard. De eigenlijke uitlegging ontbreekt niet. Kort, eenvoudig en menigmaal met treffende juistheid wordt de zin (betekenis) aangegeven en het verband toegelicht. De verklaring is uitleggend, verklarend, maar toch vooral geestelijk-praktisch. Nooit maakt hij jacht op allerlei vreemde en ongewone verklaringen, hij zoekt geen ijdele nieuwsgierigheid te bevredigen.

    4. Bavinck voegt toe dat bij het proeven van Henry’s verklaring je op bijna iedere bladzijde bewijzen vindt van de geest en de kennis van de schrijver. Zij boeit, zonder met opzet onze aandacht te vragen. Zij bekoort door de rijkdom van beelden, door de frisheid en natuurlijkheid van stijl, door de levendigheid en opgewektheid van toon, door de duidelijkheid van voorstelling, door de overvloed van practicale opmerkingen en toepasselijke, stichtelijke overdenkingen.

    5. Al met al is het volgens Bavinck dan ook geen wonder dat de verklaring veel ingang vond, herhaalde malen herdrukt werd en onder de populaire (Bavinck zal bedoelen: toegankelijk voor de denker en de doener) Bijbelverklaringen steeds een ereplaats zal blijven innemen. Henry’s verklaring is geprezen door mannen als William Tong, Dr. Isaac Watts, Dr. Philip Doddridge, George Whitefield, Dr. Adam Clarke, Robert Hall, Dr. Thomas Chalmers, Charles H. Spurgeon. Verder hebben christenen van alle kerken in Engeland er hun zegel aan gehecht.

    6. Aansluitend bij het voorgaande is het mooie dat de verklaring van Henry in Bavincks tijd kan worden gevonden (en, door mij aangevuld, in onze 21e eeuw opnieuw zou moeten worden gevonden!) in vele christelijke gezinnen en zowel in de studeerkamer van predikant als op de boekenplank van doorsnee gemeente-lid.

    7. Dat Henry’s Bijbelcommentaar zo wijd verspreid is, kunnen we met Bavinck terecht noemen: ’een zegen, door Gods genade aan Henry’s werk geschonken, die al zijn verwachtingen zeer ver heeft overtroffen’.

  3. dr. John Piper

    1. Dan nu de beurt aan de ons meer bekende dr. John Piper. In de rubriek ‘Ask Pastor John’, episode 1920 – March 31, 2023, zet hij Henry’s Commentaar bovenaan als als hij spreekt over de ‘Best Commentaries on the Whole Bible’.
      Hij vertelt in een paar zinnen de geschiedenis ervan en citeert dan Spurgeon, die hij noemt ‘a pastor in London that everybody loves to read, I (Piper dus) love to read anyway’. Piper’s Spurgeon-citaat kun je zo ongeveer vinden in punt I.

    2. Wat voor Piper belangrijker is dan ‘being pithy’ (zie bij Spurgeon boven), is dat Henri trouw is aan de Schriften en de betekenis ervan. Het is een ‘theological, devotional commentary’.

      En hij typeert raak als hij zegt dat het teksten probeert te relateren aan de vragen over God en leven. Hij geeft treffend weer:
      ‘If you use Henry, you have to poke around in the paragraphs in order to find the very words of the verse that you’re working on, to find the gold that’s really there. In the middle of the big picture, the details are hidden away. They’re worth looking for.’...

  4. Matthew Henry

    1. Hierbij aansluitend wil ik punt III afsluiten met te zeggen dat Matthew Henry ook zelf ontwapend eerlijk en bescheiden (nederig) is over zijn kwaliteiten. We zagen dat al boven in zijn dagboek-notitie op 12 november 1704. ‘k Voeg toe wat we lezen in zijn commentaar als hij bij Ezechiël 40 (Het tempel-visioen) komt.

    2. Hij zegt daar:
      ‘(…) Here is one continued vision, beginning at this chapter, to the end of the book, which is justly looked upon to be one of the most difficult portions of scripture in all the book of God. (…). But because it is hard to be understood we must not therefore throw it by, but humbly search concerning it, get as far as we can into it and as much as we can out of it.

    3. En hij vervolgt:
      and, when we despair of satisfaction in every difficulty we meet with, bless God that our salvation does not depend upon it, but that things necessary are plain enough, and wait till God shall reveal even this unto us.’