Stud

Studie - Bijbelcommentaar Matthew Henry

Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry (Hoofdstuk II)

Studie – Bijbelcommentaar van Matthew Henry Drie eeuwen verklaring met geestelijk-praktische diepgang Woord wooraf Hoofdstukken Hoofdstuk I     Hoofdstuk II    Hoofdstuk III   Slot Hoofdstuk II. Geschiedenis van Henry’s Bijbelcommentaar De geschiedenis van Matthew Henry’s Bijbelcommentaar begint bij de persoon van Matthew Henry (1662 – 1714) zelf. Of eigenlijk denk ik bij zijn opvoeding in het gezin Henry. Hij wordt namelijk geboren – op 18 oktober 1662 te of op Broadoak (op de grens van Engeland en Wales) – in een Godvruchtig gezin, positief puriteins 10) Het woord ‘puritein (Engels: puritan)’ is te plaatsen in de Kerkgeschiedenis en schijnt geboren te zijn als scheldwoord (en zo functioneert het eigenlijk nog steeds, snuffel maar eens op internet, ook A.I. heeft er al weet van…; cf. het gebruik van het woord ‘calvinist’).   Voor wie? Voor hen die in de (16e) / 17e / 18e eeuw in Engeland oprecht God en Zijn Zoon zochten en de Bijbel als Gods Woord serieus namen voor leer en leven. Later werd de term door de ‘uitgescholdenen’ als eretitel overgenomen.   Verscheidene van hen hebben diep-opbouwende en warm getinte boeken nagelaten. De meest bekende puritein zijn waarschijnlijk wel John Bunyan met zijn twee delen ‘Pilgrim’s Progress’, De Christen- en de Christinnereis, die elkaar prachtig aanvullen, en Matthew Henry in verband met zijn Bijbelwerk.   Zij, en niet te vergeten Thomas Brooks (meest bekend zijn denk ik: ‘De Hemel op aarde’, over geloofszekerheid, dat mijn vrouw Joke en ik op dit moment samen lezen, en ‘Kostbare middelen tegen Satans listen’), schrijven heel bevattelijk.   Zo ook de ‘late’ puriteinen C.H. Spurgeon en J.C. Ryle (19e eeuw), alsmede de man die de ‘laatste’ van de puriteinen is genoemd: J.I. Packer (20e eeuw). Maar waarom zouden we dan ook D. Martyn Lloyd-Jones niet noemen?! Geliefd zijn verder, en dan zijn we weer terug bij de eerst genoemde periode, bijvoorbeeld Thomos Boston (boek ‘De viervoudige staat’), de Erskine-broers (zie noot 6 dus), Samuel Rutherford. En natuurlijk de ex-slavenhandelaar John Newton (hymnes en pastoraal getinte brieven).   Het gaat om mensen die door het geloof in de Heere Jezus gerechtvaardigd mochten worden en nu met dankbaarheid werkzaam wilden (en willen) zijn in het serieus God dienen. Let op het woordje ‘puur’ in pu(u)r-itein. De Puriteinen streefden naar een puur (d.i.: een combinatie van oprecht, diepgaand en warm-bloeiend) christenleven met de Heere. Ermee verbonden (wat ook in het woordje ‘puur’ zit) hadden ze het intens verlangen naar levensheiliging voor de Heere.   Het mooie van de puriteinen is daarbij dat ze geestelijk-praktisch ingesteld waren en dat hun boeken, naast diepgang, ook geestelijk-praktische aanwijzingen geven...