Studie – De Doop van Charles Haddon Spurgeon (2)

  • Wie was Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) ?

    Spurgeon

    Charles Haddon Spurgeon was in allerlei opzicht bijzonder begaafd. Reeds op zestienjarige leeftijd verkondigde hij het Evangelie in een eenvoudige boerenwoning. In Londen bracht hij door zijn prediking duizenden mensen bijeen. Het was zijn passie het Evangelie van Christus te brengen en de mensen tot bekering op te roepen.
    Spurgeon komt al op zeer jonge leeftijd tot het inzicht van de doop door onderdompeling. Hij verdedigt de volwassen-doop hartstochtelijk tegenover alle onbegrip die er ook in zijn tijd al was. En uit deze jongeman groeit ‘de prins der predikers’ zoals hij later wel genoemd werd: “De doop heeft ook mijn tong losgemaakt, want van die dag af was zij altijd in beweging.”

  • Deel 2

    Toen ik (Spurgeon, SM) vijftien jaar was, kwam ik tot geloof in de Heere Jezus, werd gedoopt en toegelaten tot de gemeente van Christus; en niets verheugt mij meer dan van andere jongeren te horen, die door God ertoe gebracht zijn hetzelfde te doen. Ik heb nooit spijt van m’n daad gehad. Ik heb veel tijd gehad om erover na te denken en ik heb veel verzoekingen gehad om een andere weg te volgen; en als ik ontdekt had dat ik misleid was, of dat ik mij had vergist, dan zou ik al lang veranderd zijn en alles gedaan hebben wat ik kon om te voorkomen dat anderen op dezelfde manier misleid zouden worden.

    De dag waarop ik mij aan de Heere Jezus heb gegeven om zijn dienstknecht te zijn, was de kostelijkste dag van mijn leven. Toen kwam ik in veilig vaarwater; toen ontdekte ik wat het geheim was om te leven; toen had ik een waardig doel om voor te leven en mijn krachten aan te wijden; toen had ik een nooit falende troost voor alle zorgen en verdriet in het leven.
    Omdat ik graag zou willen dat iedere jongere die dit leest, een scherp oog, lichte voetstappen, een vrolijk hart en goede moed zal hebben, dring ik erbij hem op aan om bij zichzelf te willen overwegen of hij mijn voorbeeld niet zal volgen; want ik spreek uit ervaring en weet wat ik zeg.

    Ik stond eens in gedachten verdiept bij het raam en zag een vlieg op het glas. Ik probeerde deze met mijn hand te vangen, vliegmaar toen ik mijn hand opende zat er geen vlieg in, hij zat nog rustig op het glas. Er nauwelijks bij nadenkend wat ik deed, probeerde ik het een tweede keer, met hetzelfde gevolg, het insect zat nog op dezelfde plaats. Hij zat aan de buitenzijde van het glas, en toen ik dit opmerkte, lachte ik om mijn eigen domheid.

    Zij die genoegen of plezier proberen te vinden, terwijl zij nog buiten Christus zijn, zullen net zo falen, want zij zoeken het aan de verkeerde zijde van het glas. Als wij aan Jezus’ zijde zijn, in Hem geloven, gereinigd zijn en genade hebben ontvangen, dan zullen wij met een goed resultaat genot en blijdschap zoeken; maar vóór die tijd zullen wij tevergeefs werken en onze kracht nutteloos gebruiken.

    De doop is het onderscheidingsteken tussen de kerk en de wereld. Dat de gedoopte voor de wereld gestorven is, wordt er op een treffende manier voorgesteld. Hij belijdt dat hij deze wereld niet meer toebehoort; hij is voor de wereld begraven en hij is opgewekt tot een nieuw leven.

    Er is geen symbool dat méér betekenisvol is dan dit. De onderdompeling van de gelovige is voor mij een treffende voorstelling van het voor de hele wereld gestorven zijn van de christen, in de begrafenis van Christus Jezus. Het is het overtrekken van de Rubicon. Als Caesar over de Rubicon trekt, zal er tussen hem en de senaat niet langer vrede zijn. Hij trekt zijn zwaard en werpt de schede weg. Net zo is het voor de gelovige met de doop. Het is het verbranden van de schepen, en het is alsof men zei: “Ik kan niet tot u terugkeren; voor u ben ik dood; en het bewijs hiervoor is dat ik voor u ook begraven ben. Ik heb met de wereld niets meer van doen, ik ben van Christus, voor altijd.”

    En dan het Avondmaal van de Heere: hoe mooi wordt door deze instelling het onderscheid voorgesteld tussen de gelovige en de wereld in zijn leven en in hetgeen waardoor zijn leven wordt gevoed en onderhouden. Het vlees van Christus is zijn eten, en zijn bloed is zijn drinken.

    Deze beide instellingen, in het bijzonder de eerste, brengen in zekere mate een kruis met zich mee. Ik heb een levensbeschrijving van de godvruchtige Andrew Fuller gelezen. Nadat hij gedoopt was, werd hij door sommige jongeren in het dorp bespot; ze vroegen hem hoe het hem beviel in het water gedompeld te worden, en dergelijke vragen die ook nu nog tot ons gericht worden. De spotternij van honderd jaar geleden bestaat dus ook nu nog.

    Dit is de weg van de zaligheid – aanbidding, gebed, geloof, belijdenis van het geloof; en als de mensen gehoorzaam willen zijn, dan moet die belijdenis gebeuren op de wijze van Christus door de doop in water, in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. God vraagt dit; en hoewel er mensen behouden worden zonder de doop, en velen naar de hemel gaan die zich in geen rivier lieten dompelen, en hoewel de doop de mensen niet verlost en zalig maakt, toch behoren de mensen, die zalig willen worden, niet ongehoorzaam te zijn. En omdat God het gebod gegeven heeft, is mijn plicht het te handhaven.

    Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan de gehele schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. (Marcus 16:16,17)

    De doop door onderdompeling wordt door het gebedenboek van de Kerk van Engeland goedgekeurd. Het verklaart slechts dat kinderen, als zij zwak zijn, besprenkeld moeten worden. Het is wonderlijk hoeveel zwakke kinderen er de laatste tijd geboren worden. De lieve kleintjes zijn zo teer dat enkele druppels volstaan in plaats van het indopen, dat door hun eigen kerk voor goed en wettig wordt verklaard!
    Ik wenste wel dat alle kerkelijke personen meer kerkelijk waren; als zij zich meer aan hun eigen geloofsbelijdenis hielden, zouden zij zich ook meer nauwgezet houden aan de Schrift.
    Ik ben Baptist geworden door het Nieuwe Testament te lezen – in het bijzonder in het Grieks – en ik werd in mijn besluit versterkt door het lezen van de Catechismus van de Engelse kerk, die bekering en het nalaten van de zonde als vereisten voor de doop noemt.

    Ds. Dodridge heeft gesproken dat het wenselijk is dat er tussen de ziel en God een plechtig verbond zal worden gesloten, dat met kalm overleg en serieus gebed getekend en verzegeld wordt. Vele gelovigen hebben deze methode, om zich met een geschreven akte aan de Heere toe te wijden, gebruikt; en het was zeer goed voor hun geestelijk leven dit plechtige document opnieuw te lezen, als zij deze daad van toewijding wilden vernieuwen.

    Ik geloof dat het met Christus begraven zijn in de doop een toewijding is die veel bijbelser is en die veel meer inhoud heeft; maar ik vind het prima mijn broeders de vrijheid te laten die daad nog te bevestigen door de andere daad als ze dat goed dunkt; ik heb het zelf kort na mijn bekering ook gedaan.
    Volgens hetgeen ik in de Schrift lees moet de gelovige met Hem begraven zijn in de doop, en op die manier zijn openbaar christelijk leven beginnen. Daarom probeerde ik een Baptistenleraar te vinden, maar er was niemand dichterbij dan te Isleham, waar Ds. Cantlow woonde. Mijn ouders wensten dat ik volgens mijn overtuiging zou handelen. Ds. Cantlow deed voorbereiding om mij te dopen en de heer Leeding, in wiens school ik toen werkzaam was, gaf er mij een dag vrij voor.