Studie – De Doop van Charles Haddon Spurgeon (4)

  • Wie was Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) ?

    Spurgeon

    Charles Haddon Spurgeon was in allerlei opzicht bijzonder begaafd. Reeds op zestienjarige leeftijd verkondigde hij het Evangelie in een eenvoudige boerenwoning. In Londen bracht hij door zijn prediking duizenden mensen bijeen. Het was zijn passie het Evangelie van Christus te brengen en de mensen tot bekering op te roepen.
    Spurgeon komt al op zeer jonge leeftijd tot het inzicht van de doop door onderdompeling. Hij verdedigt de volwassen-doop hartstochtelijk tegenover alle onbegrip die er ook in zijn tijd al was. En uit deze jongeman groeit ‘de prins der predikers’ zoals hij later wel genoemd werd: “De doop heeft ook mijn tong losgemaakt, want van die dag af was zij altijd in beweging.”

  • Deel 4

    Ik (Spurgeon, SM) dank ds. Wilson voor het volgende briefje dat mij ook aan een erg goede schoolvriend herinnert:

    De heer W.H. Cantlow, een geachte diaken van de Baptistengemeente te Ipswich, herinnert zich heel goed hoe hij als jongen op school met C.H. Spurgeon van Newmarket naar Isleham – een afstand van 13 kilometer – gewandeld heeft, om bij zijn doop aanwezig te zijn. ‘Ik denk nog vaak’, zegt hij, ‘aan de serieuze gesprekken met hem. Eén van zijn opmerkingen zal mij altijd bijblijven, namelijk dat wij er behoefte aan hebben om ook door-de-week geestelijk voedsel te ontvangen, omdat de tijd van de ene zondag naar de andere te lang is. De herinnering aan de dienst bij de rivier is nog erg dierbaar voor velen die erbij aanwezig waren. Maar de meest kostelijke herinnering aan die dag is de bidstond in de consistoriekamer ’s avonds, toen de heer Spurgeon voorging in gebed, en de mensen verbaasd waren en van vreugde huilden, terwijl zij naar de jongeman luisterden. Men zou bijna jaloers kunnen zijn op hen die daar aanwezig waren.’

    Ds. Wilson vertelde ons ook het volgende verhaal.

    De vorige predikant van de Anglicaanse kerk te Isleham, een zeer deftige man, ontmoette eens een diaken van de Baptistengemeente bij de oversteekplaats en gaf hem zijn afkeuring te kennen over de doop die er kort tevoren plaatsgevonden had.
    “Ik neem aan”, zei de predikant, “dat dit de plaats is waar de mensen afgelopen zondag naar toe stroomden en zo weinig eerbied voor de sabbat toonden.” “Ja, er waren zeer veel mensen”, zei de diaken, “maar zij waren even stil en aandachtig als in het huis van God.”,
    “Is het waar dat J.S. toen gedoopt werd?” vroeg de predikant. “Ja, dat is waar”, zei de diaken, “en hij leek vol van heilige blijdschap.”
    “Hoe kan dat!” riep de predikant, “een man die nooit naar school is gegaan en geen woord kan lezen! Hoeveel kan hij weten van het geloof dat hij hier kwam belijden?”
    “Nou”, antwoordde de diaken glimlachend, “de arme man heeft zeker niet veel kennis, maar hij heeft ons toch verteld dat hij de Zaligmaker heeft gevonden en gelukkig in zijn liefde is. Maar, dominee, is het niet zo dat u kleine kinderen doopt en verklaart dat u hen zo tot kinderen van God maakt, terwijl u er toch volkomen bewust van bent dat die kinderen totaal geen kennis hebben?”

    Als iemand mij vraagt waarom ik mij heb laten dopen, antwoord ik: ik was overtuigd dat het een instelling van Christus is, die Hij op bijzondere manier bij het geloof in zijn naam gevoegd heeft. Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. (Marcus 16:16).

    Ik had niet de bijgelovige gedachte dat de doop mij zou redden; ik was al gered. Ik wist dat mijn zonden niet door water afgewassen werden, want ik geloofde dat mijn zonden door het geloof in de Heere Jezus vergeven waren. Ik zag de doop als het teken van de reiniging voor de gelovige, het symbool van zijn begrafenis met zijn Heer en de uitwendige erkenning van zijn wedergeboorte. Ik stelde er niet mijn vertrouwen op, maar omdat ik op Jezus als mijn Zaligmaker vertrouwde, voelde ik mij verplicht Hem te gehoorzamen als mijn Heer en het voorbeeld te volgen dat Hij ons met zijn eigen doop in de Jordaan heeft gegeven.
    Ik heb mij niet laten dopen om mij ergens bij aan te sluiten en baptist te worden, maar om op apostolische wijze christen te zijn; want de apostelen werden gedoopt nadat zij hadden geloofd (Handelingen 2:41).

    Het wordt tegenwoordig betwijfeld of John Bunyan (schrijver van onder andere de Christenreis naar de eeuwigheid) wel gedoopt was. Daar is geen twijfel over nodig. Ik zou echter niet graag willen dat men er later aan zou gaan twijfelen of ik de overtuiging van mijn hart wel gevolgd heb. Ik las het Nieuwe Testament en ontdekte de doop van de gelovigen en ik was niet van plan achterwege te laten wat ik als een gebod van de Heere zag.

    Als ik het verkeerd achtte baptist te zijn, zou ik er mee stoppen en worden wat mij goed leek. De bijzondere leer waaraan baptisten vasthouden is dat zij geen ander gezag erkennen dan het Woord van God. Zij hechten geen gewicht aan het gezag van de kerkvaders, als hetgeen zij zeggen niet overeenstemt met de leer van de evangelisten, apostelen en profeten en bovenal met het onderwijs van de Heere Jezus zelf.

    Als wij de kinderdoop in Gods Woord zouden vinden, dan zouden wij die aannemen. Het zou ons zelfs veel moeilijkheden besparen. Het zou de smaad dat wij vreemd zijn en niet doen zoals andere mensen van ons wegnemen.
    Maar wij hebben de Bijbel gelezen en grondig bestudeerd en kunnen de kinderdoop er niet in terug vinden. We denken evenmin dat anderen hem in de Schrift kunnen vinden, of zij moeten hem er eerst in gelegd hebben.

    Steen die herinnert aan de doop van Spurgeon