Studie – Hermeneutiek (Noten)

Met welke bril leest u de Bijbel?
Hermeneutiek – over het uitleggen van de Bijbel

Noten

Noten die in deze studie aangegeven zijn:

Noot 1
In plaats van de afkorting Luk. (voor Lukas), 1Petr. (voor 1Petr.), Matth. (voor Mattheüs), etcetera, gebruik ik meestal: Lk., 1Ptr., Mt., etcetera in mijn studies. Maar ik ben hierin (helaas) niet consequent.
In de internet-versie zijn de namen voluit geschreven.
Noot 2
Betere benaming voor ‘praktische theologie’ is het (lastig uit te spreken) woord dat ooit dr. Abraham Kuyper introduceerde:

  • diaconiologie – homiletiek (predikkunde),
  • poimeniek (pastoraat, zielszorg),
  • catechetiek,
  • evangelistiek en
  • apologetiek.
Noot 3
Dr. P.F. Bouter (1961-2018) – Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Over man, vrouw en ambt, uitgave vanwege hoofdbestuur Gereformeerde Bond in de PKN, 2012, p. 11.
Noot 4
Ook in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV), oorspronkelijk een ‘bolwerk’ van Bijbelgetrouwe theologie (denk aan dr. J. Van Bruggen [1936-] en dr. J. Douma [1931-2020] ), is de rolverdeling van man en vrouw die de Heere in de Bijbel aanreikt, diffuus geworden, wat niet losstaat van de nieuwe hermeneutiek. *)

Een voorbeeld is de inhoud van het rapport ”Elkaar van harte dienen”, 2020, voorbereid door een commissie aangesteld door de generale synode van deze kerkengroep. De GKV gaven op de synode in 2017 ruimte voor de bevestiging van vrouwen in alle kerkelijke taken (ambten) dus ook ook in die van oudste en predikant/voorganger. Er kwamen allerlei bezwaren binnen. Het rapport gaat daar op in, maar antwoordt in de lijn van de veranderde koers van de GKV.

In een lezing reageert dr. G.A. van der Brink op dit rapport. Terecht wijst hij de gedachte die het rapport ademt af van een exegese die inhoudt dat de Bijbel in elke tijd weer opnieuw moet worden uitgelegd, afhankelijk van context en maatschappelijke omstandigheden (RD 26 september 2022). Met andere woorden het lijkt er in het rapport op dat ‘het wiel’ van de betekenis van een Bijbeltekst steeds ‘opnieuw moet worden uitgevonden’ in ruggespraak dus met de cultuur waarin we leven.

De apostel Paulus zegt echter aan Timotheüs en via hem tegen ons:
2 Timotheüs 3:14: ‘Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt’. En de verzen die verder volgen, vss15-17. (Vergelijk Romeinen 12:2 en Filippenzen 3:16 – zie hierbij ook de Kanttekeningen bij de Statenbijbel).

*) Dr. J. van Bruggen kaartte dit al aan in een brief, Apeldoorn, 2 mei 2014, aan de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Ede 2014 (op internet te vinden onder de titel: 32-140517 MV Advies prof. J. van Bruggen). Hij geeft een welgemeende en bewogen raadgeving, een indringende waarschuwing ook, waar echter door de GKV tot hun schade (nog) niet naar geluisterd is.

In de brief geeft prof. Van Bruggen betreffende de hermeneutiek aan: ‘(…) ik ( heb) in de lijn van Van Andel en Greijdanus de regels voor de uitleg van de bijbel (klassieke hermeneutiek) 35 jaar mogen doceren en ik heb de nieuwe hermeneutiek steeds als dwaling bestreden: zij beschouwt de bijbel als document uit het verleden waaraan in nieuwe contexten steeds weer nieuwe betekenissen moeten worden toegekend in een latere tijd. Ik heb daarover ook geschreven, o.a. in Het kompas van het christendom.

Hieraan voorafgaande schrijft hij al in eenvoudige overgave aan God en Zijn Woord (waaronder ook de woorden van Zijn apostel Paulus behoren): ‘Men kan vele of weinige bladzijden volschrijven met redeneringen, maar uiteindelijk lezen we als gelovigen toch wat Paulus schrijft, zonder theoretische beschouwingen en diagrammen.

Maar als men daar niet aan wil, wijst Van Bruggen ook op de consequentie: ‘Wellicht hebben sommigen de illusie dat we alleen maar voor het onderwerp man/vrouw even afscheid kunnen nemen van enkele paulinische teksten. Meer niet, denkt u misschien. Maar dat is zeer ondoordacht. Er liggen minstens twee grote scheepswrakken op het strand die ons een baken in zee moesten zijn. Toen de (synodaal) Gereformeerde Kerken alle ambten openstelden voor de vrouw met een bijna vergelijkbare redenering als van uw deputaten, had men echt niet de bedoeling om daarmee de Schriftkritiek in te voeren of de Bijbel buiten werking te stellen. De verontwaardiging was dan ook groot toen Prof. Dr. H.M.Kuitert direct verklaarde dat zijn synode nu de Schriftkritiek had gelegaliseerd. Toch heeft hij gelijk gekregen: wat ondoordacht gedaan werd, heeft later velen berouwd. Ditzelfde proces heeft zich herhaald bij de Christian Reformed Churches.

Noot 5
Nog een (andersoortig) voorbeeld zag ik beschreven in een boek van John Piper, De vreugde van God, Utrecht 2007, p. 51vv. Het gaat over de zienswijze van de evangelicale theoloog Clark H. Pinnock (1937-2010) die in het boek The Grace of God, the will of men: a case for arminianism, verdedigt dat Gods voorzienigheid beperkter is dan vroeger werd gedacht.

Ook bij Pinnock is er in feite sprake van ‘nieuwe inzichten’ (waarbij hij N.B. zelfs durft te zeggen eigenlijk te werk te gaan naar de analogie van Augustinus in zijn tijd…) bevorderd door de ‘moderne cultuur’. Hij geeft aan dat het afscheid van de oude denkwijze het gevolg is van ‘fris en gelovig Bijbellezen in samenspraak met de moderne cultuur, waarin autonomie, tijdelijkheid en historische verandering benadrukt worden.’ Ermee verbonden merkt hij op: ‘We zijn beïnvloed door de moderne cultuur en daardoor ervaren we de werkelijkheid als iets dynamisch en historisch. Van daaruit ontdekken we dingen in de Bijbel die we nog nooit hadden gezien.’

Hoe mooi Pinnock het ook kan verwoorden, is het niet eerlijker onverbloemd te zeggen dat de Bijbelse boodschap (openbaring van God!) hier door de bril van de moderne cultuur wordt gelezen en ‘nieuw’ aan onze tijd wordt aangepast?

Piper noemt de denkwijze van Pinnock overigens ‘neo-arminiaans’ omdat hij zelfs verder gaat dan het klassiek of oorspronkelijk arminianisme, waar nog wordt geleerd dat God alle handelingen in de toekomst kent. Verder is Pinnocks inzicht ook minder ‘nieuw’ dan hij verwoordt. Piper attendeert er op hetzelfde tegen te komen bij de socinianen uit de 17e eeuw. Verder wijst hij er nog op dat de puriteinse theoloog Charnock (1628-1680) het eigenlijk al duidelijk genoeg weerlegd heeft (Stephen Charnock, The existence and attributes of God, Grand Rapids, reprinted by Baker Books 1996. Ik heb zelf de 4e druk, jan. 2005).

Oké, zie alles meer uitgewerkt in genoemd boek van Piper.

Misschien nog één ding gekoppeld aan het voorbeeld van Pinnock, ook door Piper aangeroerd (p. 53), dat nuttig kan zijn te horen. Ik benoem het maar vragenderwijs in mijn woorden: is het inderdaad zo dat het geregeld voorkomt dat mensen die ‘oude’, zienswijzen of opvattingen – ik schrijf met opzet een meervoud, want het gaat meestal niet om één punt, waarbij het veelal ook te maken heeft met hoe men tegen de Bijbel als Gods Woord aankijkt – inruilen voor ‘nieuwe’, eerst een karikatuur maken van het oude inzicht en dan het nieuwe als bevrijdend, sprankelend en verbindend schilderen…?

 

De noten 4 en 5 zijn wat lang geworden, want belangrijk. Zie ze maar als voorbeelden van een beweging die meer en meer het westers georiënteerde Evangelicalisme als het ware in de greep krijgt. Maar laten we ons toch niet in deze (verleidelijke) stroom begeven en meevoeren. Wat is de mens die hier de toon aangeeft en zijn stem tegen de hoge God verheft? Ontdekkend lezen we in 1 Petrus dat ‘alle vlees is als gras en al de heerlijkheid van de mens is als een bloem in het gras. Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen. Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid. En dit is het Woord dat onder u verkondigd is,’ 1 Petrus 1:24,25.

 

Laten we dat Woord dan vasthouden, waarvan Psalm 19 getuigend zingt:

Psalm 19:8-12:

  1. De wet van de HEERE *) is volmaakt, zij bekeert de ziel;
  2. de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar, zij geeft de eenvoudige wijsheid.
  3. De bevelen van de HEERE zijn recht, zij verblijden het hart;
  4. het gebod van de HEERE is zuiver, het verlicht de ogen.
  5. De vreze des HEEREN is rein, zij houdt voor eeuwig stand;
  6. de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig.
  7. Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud;
  8. en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.
  9. Ook wordt Uw dienaar daardoor gewaarschuwd,
  10. in het houden ervan ligt groot loon.

 

 

En we lezen aan het eind van de Psalm het ermee verbonden gebed: Psalm 19:14.

Psalm 19:14
Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart
welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE, mijn Rots en mijn Verlosser!

– – <> – –

 

*) Hebreeuws: thorat (PMM: van thora). Jhwh: Onderricht van de HEERE (Jahwe) → het gaat niet alleen om wat wij gewoonlijk onder wet/wetten verstaan, maar om Gods hele Woord. Vergelijk Psalm 1.

Psalm 1

Psalm 1:

  1. Welzalig de man
  2. die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
  3. die niet staat op de weg van de zondaars,
  4. die niet zit op de zetel van de spotters,

  1. maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
  2. en Zijn wet dag en nacht overdenkt.

  1. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
  2. die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
  3. waarvan het blad niet afvalt;
  4. al wat hij doet, zal goed gelukken.

  1. Maar zo zijn de goddelozen niet:
  2. die zijn juist als het kaf, dat de wind wegblaast.

  1. Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht,
  2. de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen.

  1. Want de HEERE kent de weg van de rechtvaardigen,
  2. maar de weg van de goddelozen zal vergaan.